ECLI:NL:CRVB:2007:BB9164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellante verzocht om een WAO-uitkering, welke door het UWV werd geweigerd omdat zij bij aanvang van de verzekering volledig arbeidsongeschikt zou zijn geweest. Na bezwaar en een bestreden besluit bleef het UWV bij de weigering, stellende dat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt was op basis van functieduiding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar belastbaarheid onjuist was vastgesteld en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar klachten en ziektebeeld. Tevens stelde zij dat het lange tijd ontvangen van voorschotten haar het recht op een uitkering deed aannemen. De Raad oordeelde dat het UWV aanvankelijk niet voldeed aan de motiveringseisen, maar dit in hoger beroep alsnog deed door nadere arbeidskundige stukken in te dienen.
De medische situatie van appellante was nagenoeg onveranderd en de Functionele Mogelijkheden Lijst van mei 2002 was adequaat toegepast. De arbeidskundige beoordeling toonde aan dat de geselecteerde functies geschikt waren en de belastbaarheid niet werden overschreden. De Raad vernietigde het bestreden besluit vanwege de aanvankelijke onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, met instandhouding van de rechtsgevolgen.