ECLI:NL:CRVB:2007:BB8685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K.J. Kraan
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens onbekwaamheid ambtenaar niet rechtsgeldig verklaard door verstoorde arbeidsverhoudingen
Betrokkene was sinds 2001 in dienst als penitentiair inrichtingswerker en meldde zich in 2002 ziek vanwege negatieve ervaringen op het werk. Ondanks pogingen tot re-integratie en een loopbaantraject via het CLO, werd zij per 1 juli 2004 eervol ontslagen wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid, conform artikel 98 ARAR Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond omdat geen concrete feiten of omstandigheden de onbekwaamheid onderbouwden en het ontslagbesluit een onvoldoende feitelijke grondslag had. De Raad overwoog dat het functioneren van betrokkene niet negatief was en dat het conflict tussen partijen leidde tot verstoorde arbeidsverhoudingen, wat eerder ontslag op andere gronden (artikel 99 ARAR Pro) rechtvaardigt.
De Raad stelde dat appellant ten onrechte de keuzevrijheid had aangenomen om het ontslag op grond van onbekwaamheid te baseren. Het nieuwe besluit van appellant handhaafde deze grondslag, wat niet strookt met de uitspraak van de rechtbank en daarom vernietigd werd. Appellant werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het ontslag van betrokkene wegens onbekwaamheid wordt vernietigd en het besluit van 28 september 2007 wordt vernietigd.