ECLI:NL:CRVB:2007:BB8641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- A. van Netten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering op grond van functiebelasting en medische onderbouwing
Appellante, voormalig inpakster, viel in 1991 uit met rugklachten en kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend. Deze werd in 1994 ingetrokken wegens geschiktheid voor haar eigen werk. Na een korte werkperiode via een uitzendbureau viel zij in 1998 opnieuw uit met psychische klachten. Het UWV weigerde haar per 1998 en 1999 een WAO-uitkering toe te kennen, omdat een arbeidsdeskundige had vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg op basis van geselecteerde functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij zowel een verzekeringsarts als een psychiater betrokken waren. De beperkingen van appellante waren niet onderschat en de geringe overschrijdingen van functiebelasting waren voldoende toegelicht.
Daarnaast achtte de Raad de geselecteerde functies qua opleidingsniveau passend bij appellante, die basisonderwijs en drie jaar MAVO had gevolgd. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV om de WAO-uitkering te weigeren en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering aan appellante wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.