ECLI:NL:CRVB:2007:BB8506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- A. van Netten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor WAO-functies
Appellante meldde zich ziek in september 2004 met klachten zoals rugpijn, vermoeidheid en psychische problemen. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat haar beperkingen niet waren toegenomen ten opzichte van januari 2004 en dat zij geschikt was voor enkele functies uit de WAO-schatting. Daarom werd de Ziektewetuitkering per januari 2005 beëindigd.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar psychische klachten onvoldoende waren onderzocht en dat nieuwe medische rapporten en verklaringen van huisarts en maatschappelijk werker onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank verwierp dit bezwaar en oordeelde dat er onvoldoende medische gronden waren om te concluderen dat zij ongeschikt was voor arbeid.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel. De Raad overweegt dat de Ziektewetuitkering alleen toekomt bij ongeschiktheid voor de laatst verrichte arbeid, tenzij de verzekerde na wachttijd blijvend ongeschikt is voor het oude werk en niet is hervat in enig werk. In dat geval geldt de WAO-beoordeling als maatstaf. Omdat appellante geschikt is voor ten minste één van de WAO-functies, is geen recht op Ziektewetuitkering aanwezig.
De Raad acht de medische rapporten en verklaringen onvoldoende om het standpunt van het UWV te betwijfelen en bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is op 21 november 2007 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat appellante geschikt is voor ten minste één van de WAO-functies.