ECLI:NL:CRVB:2007:BB8433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijstandsuitkering ten onrechte buiten behandeling gelaten wegens ontbrekende inschrijving GBA
Appellant vroeg op 5 september 2005 bijstand aan en gaf aan te wonen bij zijn dochter, maar had geen toestemming om zich op haar adres in te schrijven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Hij overhandigde een bewijs van inschrijving op een ander adres. Het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven verzocht om aanvullende gegevens, waaronder een bewijs van inschrijving op het adres van de dochter, maar appellant kon dit niet overleggen.
Het College liet de aanvraag buiten behandeling wegens het ontbreken van de gevraagde gegevens en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het College niet bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te laten omdat het bewijs van inschrijving op het feitelijke verblijfadres niet noodzakelijk was voor beoordeling van de aanvraag.
De Raad stelt vast dat appellant niet kon worden verweten dat hij zich niet kon inschrijven vanwege het ontbreken van toestemming van de dochter en verhuurder. Het College had zelf nader onderzoek moeten doen, bijvoorbeeld door een huisbezoek. De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt het College een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de proceskosten aan appellant worden toegekend.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag bijstandsuitkering buiten behandeling te laten wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.