ECLI:NL:CRVB:2007:BB8119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV inzake terugvordering toeslag en WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellante ontving vanaf 3 februari 1997 een WAO-uitkering, die in 2003 werd herzien. Het UWV stelde vast dat zij vanaf december 2001 diverse dienstverbanden had met inkomen uit arbeid en trok daarom per 1 januari 2002 haar toeslag in. Tevens vorderde het UWV onverschuldigd betaalde toeslag en WAO-uitkering terug.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden door het UWV en de rechtbank ongegrond verklaard. In hoger beroep betoogde zij dat zij niet de gehele periode werkzaamheden verrichtte en dat een berekening van haar toeslagrecht vanaf 1 januari 2002 ontbrak. De Raad constateerde dat gegevens over bepaalde tijdvakken ontbreken, waardoor het besluit tot intrekking van de toeslag geen deugdelijke feitelijke grondslag heeft.
Daarom vernietigde de Raad de bestreden besluiten en de uitspraken van de rechtbank en bepaalde dat het UWV nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten van het UWV over terugvordering toeslag en WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering en beveelt hernieuwde besluitvorming.