ECLI:NL:CRVB:2007:BB7941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over gedeeltelijke WAJONG-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellante vroeg een WAJONG-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid vanaf 18 november 2000. Het UWV kende haar een uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, na onderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige.
Appellante maakte bezwaar tegen de hoogte van de uitkering, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische beoordeling juist was. Wel concludeerde de Raad dat de arbeidsdeskundige onjuiste aannames had gedaan over de belastbaarheid in bepaalde functies, met name over de duur en aard van toetsenbord- en muiswerk. De Raad vond dat het UWV onvoldoende had onderbouwd dat de werkzaamheden onderbroken konden worden, waardoor de belastbaarheid werd overschreden.
Omdat de geschiktheid van enkele functies niet adequaat was gemotiveerd en dit gevolgen had voor de arbeidsongeschiktheidsklasse, vernietigde de Raad het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.