ECLI:NL:CRVB:2007:BB7760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling maatmanfunctie en maatmaninkomen
Appellant, voorheen werkzaam als controller, viel wegens hartklachten uit en ontving een WAO-uitkering. Na herzieningen werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld tussen 65% en 80%. Appellant betwistte dat de laatstelijk feitelijk uitgeoefende functie als maatmanfunctie en het daarbij behorende loon als maatmaninkomen zijn gebruikt, omdat hij na afronding van een opleiding voor een hogere controllerfunctie in aanmerking zou zijn gekomen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht van de laatstelijk uitgeoefende functie als maatmanfunctie was uitgegaan. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en bracht aanvullende gronden en een brief van zijn werkgever in, waarin werd gesteld dat hij een serieuze kandidaat was voor een hogere functie.
De Raad overwoog dat een uitzondering op de hoofdregel van maatmanfunctie alleen geldt bij voldoende zekerheid over een hogere toekomstverwachting. De stellingen van appellant en de brief van de werkgever boden onvoldoende concrete aanwijzingen voor een dergelijke uitzondering. Ook aanvullende grieven over technische aspecten van het maatmaninkomen werden als te laat ingediend afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.