ECLI:NL:CRVB:2007:BB7252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering medebewoning bijstand wegens niet-duurzaam gescheiden leven
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage waarin de terugvordering van onverschuldigd betaalde bijstand aan Neijts werd bevestigd. Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage had mede van appellant een bedrag van €77.791,25 teruggevorderd over de periode van 1 juli 1997 tot en met 31 augustus 2004.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat appellant en Neijts niet duurzaam gescheiden leefden zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Algemene bijstandswet en de WWB. Neijts had dit niet gemeld aan het College, waardoor het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering van de bijstand. Appellant werd terecht aangemerkt als de persoon met wiens middelen rekening had moeten worden gehouden bij de verlening van de bijstand.
Appellants verweer dat hij wel duurzaam gescheiden leefde werd gemotiveerd verworpen, aangezien het neerkwam op een herhaling van eerdere stellingen die reeds door de rechtbank waren afgewezen. Het College handhaafde het beleid van volledige medeterugvordering. De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van dit beleid en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand mede van appellant bevestigd.