ECLI:NL:CRVB:2007:BB7235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onjuiste functietoekenning en toeslag onregelmatige werktijden
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij het UWV zijn arbeidsongeschiktheid had vastgesteld op 45 tot 55% op basis van drie functies geselecteerd uit het Claim Beoordelings- en BorgingsSysteem (CBBS). Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank stelde de arbeidsongeschiktheidsklasse bij uitspraak op 55 tot 65%, maar de Raad vernietigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat het UWV onzorgvuldig is geweest bij het toepassen van het Schattingsbesluit, doordat het niet kon aantonen dat drie functies zonder toeslag voor afwijkende arbeidstijden beschikbaar waren. Eén functie bevatte onregelmatigheidstoeslag, terwijl het maatmaninkomen van appellant geen dergelijke toeslag omvatte. Hierdoor voldoet de schatting niet aan de wettelijke eisen.
De Raad acht het niet nodig om de overige grieven over het medisch onderzoek en de geschiktheid van de functies te bespreken. Het bestreden besluit wordt vernietigd, het bezwaar gegrond verklaard en het primaire besluit herroepen. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd.