ECLI:NL:CRVB:2007:BB7222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening AOW-toeslag met terugwerkende kracht en vertrouwensbeginsel
Betrokkene ontvangt sinds mei 2003 een AOW-uitkering met toeslag, waarbij de toeslag deels is gekort op basis van het inkomen van zijn echtgenote. Appellant herzag de toeslag met terugwerkende kracht vanwege onjuiste verrekening van het pensioen van de echtgenote als inkomen in verband met arbeid. De rechtbank vernietigde deze herziening wegens strijd met het vertrouwensbeginsel, omdat betrokkene onvoldoende geïnformeerd zou zijn.
In hoger beroep heeft appellant een nieuw besluit genomen waarbij de herziening pas met ingang van januari 2004 ingaat, om de ingrijpende gevolgen van terugvordering te beperken. De Raad overweegt dat betrokkene op grond van het informatieblad 'Uw AOW/Anw' wel had kunnen onderkennen dat de toeslag onjuist was toegekend. Het beleid van appellant om terugwerkende kracht te beperken bij kennelijke onredelijkheid is niet in strijd met rechtsbeginselen.
De Raad bevestigt de herziening met beperkte terugwerkende kracht en verklaart het beroep ongegrond. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de herziening van de AOW-toeslag met beperkte terugwerkende kracht bevestigd.