ECLI:NL:CRVB:2007:BB7012
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WAO-uitkering wegens onjuiste medische grondslag en onjuiste functieactualisering
Appellant, werkzaam als vertegenwoordiger buitendienst, viel in juni 2002 uit wegens fysieke en psychische klachten en vroeg in maart 2003 een WAO-uitkering aan. Na onderzoek door verzekeringsarts Oei en een neuropsychologisch onderzoek door Middelkoop werd een mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld. Het UWV kende aanvankelijk een uitkering toe van 80-100%, later aangepast naar 45-55% na bezwaar en herbeoordeling.
Appellant betwistte de mate van arbeidsongeschiktheid en stelde dat de beperkingen onvoldoende in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waren verwerkt, en dat de functies die als passend werden beschouwd onjuist waren geselecteerd vanwege actualiseringsdata na de beoordelingsdatum. De Raad concludeerde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de bevindingen van Middelkoop, met name ten aanzien van urenbeperkingen en cognitieve beperkingen.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, verklaart het beroep gegrond, en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de juiste medische grondslag en correcte functieactualisering. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het UWV-besluit tot toekenning van een WAO-uitkering wordt vernietigd en terugverwezen voor herbeoordeling met correcte medische grondslag en functieactualisering.