ECLI:NL:CRVB:2007:BB7010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering en toekenning proceskosten
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, laatstelijk berekend op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid, per 12 september 2003 in te trekken. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het UWV zijn standpunt inzake de intrekking niet langer handhaafde, waardoor het arbeidsongeschiktheidspercentage ongewijzigd bleef.
De Raad constateerde dat appellante aanspraak maakte op wettelijke rente over de na te betalen WAO-uitkering en op vergoeding van proceskosten in beroep en hoger beroep. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het bestreden besluit en wees de gevraagde schadevergoeding toe. Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Met betrekking tot medische advieskosten oordeelde de Raad dat de opgevoerde bedragen te aspecifiek waren en geen direct verband hielden met het medisch advies, zodat deze kosten niet werden toegewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter D.J. van der Vos, en het griffierschap was in handen van T.R.H. van Roekel.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.