ECLI:NL:CRVB:2007:BB6575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens niet-vormen huishouden en onvoldoende onderhoud
Appellant vorderde kinderbijslag voor zijn in Marokko verblijvende kinderen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit vanaf het derde kwartaal 1998 omdat de kinderen niet tot het huishouden van appellant zouden behoren en hij onvoldoende onderhoud had geleverd. Na bezwaar verklaarde de Svb de aanspraak over het derde kwartaal 1998 tot en met het vierde kwartaal 1999 gegrond, maar handhaafde de weigering voor latere kwartalen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Svb trok later het besluit terug voor het eerste kwartaal 2000 tot en met het tweede kwartaal 2001 en betaalde kinderbijslag over deze periode. Voor de periode vanaf het derde kwartaal 2001 handhaafde de Svb de weigering op basis van een aangescherpt beleid dat vereist dat appellant ingezetene van het land van herkomst is om één huishouden te vormen.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is voor de periode waarin de Svb het besluit introk. Voor de resterende kwartalen vernietigde de Raad het bestreden besluit vanwege de gewijzigde juridische grondslag en handhaafde de weigering op grond van onvoldoende onderhoudsbijdragen. De Raad veroordeelde de Svb tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk voor kinderbijslag eerste kwartaal 2000 tot tweede kwartaal 2001; vernietiging bestreden besluit vanaf derde kwartaal 2001 met handhaving weigering wegens onvoldoende onderhoud.