ECLI:NL:CRVB:2007:BB6453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende motivering
Appellante ontving algemene en bijzondere bijstand, maar het College stelde na onderzoek vast dat zij beschikte over twee bankrekeningen met tegoeden boven de vermogensgrens. Hierdoor werd de bijstand over de periode van 22 november 2001 tot en met 31 januari 2005 ingetrokken en teruggevorderd. De bijzondere bijstand voor hulp in de huishouding werd per 1 augustus 2005 beëindigd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van de bankrekeningen. De Raad vond dat het College terecht de bijstand over de genoemde periode introk en terugvorderde, omdat appellante onvoldoende had aangetoond dat de tegoeden niet tot haar vermogen behoorden. Echter, het besluit tot intrekking over de periode van 22 januari 2001 tot 21 november 2001 was onvoldoende gemotiveerd en werd vernietigd.
Ook het besluit tot terugvordering werd vernietigd vanwege ondeugdelijke motivering en het ontbreken van een beleidsregel voor intrekking/herziening in de verordening. De beëindiging van de bijzondere bijstand werd wel bevestigd omdat appellante geen inzicht gaf in de besteding van het opgenomen tegoed.
De Raad bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen over de terugvordering en veroordeelde het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor een deel van de periode; de beëindiging van bijzondere bijstand blijft in stand.