ECLI:NL:CRVB:2007:BB5918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld op grond van geschiktheid voor WAO-functies
Appellant, laatstelijk werkzaam als interieurbouwer, meldde zich ziek met rugklachten en viel meerdere keren uit, onder meer na een ski-ongeval. Na medisch onderzoek werden beperkingen vastgesteld en een Functionele Mogelijkheden Lijst opgesteld. Op basis hiervan stelde een arbeidsdeskundige functies vast en werd de arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% ingeschat met behulp van het Claimbeoordeling- en Borgingssysteem (CBBS).
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde appellant ziekengeld met ingang van 13 mei 2005, omdat hij geschikt werd geacht voor ten minste één van de functies uit de WAO-schatting. Zowel de bezwaarverzekeringsarts als de rechtbank verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het CBBS niet gebruikt had mogen worden en dat sprake was van een dreigende hernia, maar de Raad vond onvoldoende medische aanwijzingen voor een toename van beperkingen.
De Raad overwoog dat onder 'zijn arbeid' in de Ziektewet de laatstelijk feitelijk verrichte arbeid wordt verstaan, tenzij na de maximale ziekengeldtermijn de verzekerde geschikt is voor ten minste één van de WAO-functies. De medische rapporten en deskundigenrapporten ondersteunden het standpunt van het Uwv. De Raad zag geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige en wees het hoger beroep af, bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat het CBBS terecht was toegepast.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellant geschikt wordt geacht voor ten minste één functie uit de WAO-schatting.