ECLI:NL:CRVB:2007:BB5378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering ondanks psychische en fysieke klachten
Appellant viel in september 2000 uit wegens psychische klachten en later maagcarcinoom. Na onderzoek door verzekeringsarts Verdenius werd vastgesteld dat appellant matige depressie en status na maagcarcinoom had, maar wel duurzaam benutbare mogelijkheden bezat zonder urenbeperking. Het UWV weigerde daarom een WAO-uitkering.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende motivering omtrent de geschiktheid van functies, maar liet de rechtsgevolgen in stand op basis van nader gemotiveerde arbeidsdeskundige rapporten. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk ernstige paniekaanvallen had, een urenbeperking nodig was en de FML onvoldoende beperkingen bevatte.
De Raad overwoog dat de medische gegevens en verklaringen onvoldoende aanwijzingen boden voor ernstige paniekaanvallen of extra beperkingen. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundigen hadden de situatie adequaat beoordeeld. De toekenning van een WAO-uitkering per november 2002 was niet relevant voor de datum in geschil. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidsdeskundige gronden voor arbeidsongeschiktheid.