ECLI:NL:CRVB:2007:BB4890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 15-25%, ingaande 2 februari 2004. De rechtbank Arnhem had het besluit van het UWV in stand gelaten. Appellant voerde aan dat de medische en arbeidskundige grondslagen van de schatting onjuist waren, onderbouwd met rapporten van psychologen en psychiaters.
De Centrale Raad van Beroep liet zich bij zijn oordeel leiden door een onafhankelijk rapport van psychiater Soeters, die concludeerde dat appellant op de datum in geding een aanpassingsstoornis of obsessieve compulsieve stoornis had, maar wel in staat was om de geselecteerde functies te vervullen. Latere verslechteringen konden niet in dit geding worden betrokken. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de functies passend waren bij de belastbaarheid van appellant.
De Raad oordeelde dat de rechtbank het besluit van het UWV terecht in stand had gelaten, dat de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig was, en dat appellant zich bij een latere verslechtering tot het UWV kan wenden voor herbeoordeling. De uitspraak bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid per 2 februari 2004.