ECLI:NL:CRVB:2007:BB4796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over Wajong-uitkering en drugshandelinkomsten
Betrokkene ontving een Wajong-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een onderzoek van de politie en het UWV bleek dat betrokkene inkomsten uit drugshandel had genoten. Het UWV besloot daarom de uitkering over een bepaalde periode niet uit te betalen en vorderde onverschuldigde betalingen terug.
De rechtbank Almelo verklaarde het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 22 december 2005 niet-ontvankelijk en vernietigde het bestreden besluit van 18 mei 2006. Het UWV ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de rechtbank onzorgvuldig had gehandeld door het bezwaar niet ontvankelijk te verklaren en dat het besluit van 22 december 2005 wel degelijk een besluit in de zin van de Awb is. De Raad stelde vast dat betrokkene zich schuldig had gemaakt aan drugshandel en dat er sprake was van inkomsten uit die handel, maar vernietigde de uitspraak van de rechtbank omdat het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk was verklaard.
De Raad verklaarde het beroep van het UWV ongegrond en besloot dat een nadere behandeling door de rechtbank niet nodig was, waarmee de zaak definitief werd beslecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van het UWV ongegrond.