ECLI:NL:CRVB:2007:BB4073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bijstandintrekking
Appellante kreeg bijstand ingetrokken met terugwerkende kracht vanaf 6 januari 2006. Tegen dit besluit maakte zij bezwaar, maar het College verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat geen gronden waren aangevoerd. Het College stelde dat een brief was verzonden waarin herstel van het verzuim werd gevraagd, maar kon niet aannemelijk maken dat deze brief daadwerkelijk was verstuurd.
De voorzieningenrechter van de rechtbank handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. Volgens vaste rechtspraak moet het bestuursorgaan aantonen dat een hersteltermijn daadwerkelijk en kenbaar is gesteld. Dit was niet het geval, omdat de brief niet aangetekend was en het College geen bewijs leverde van verzending.
Daarom heeft het College onrechtmatig gehandeld door het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. De Raad vernietigde het besluit van 16 augustus 2006 en beval het College een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellante. De vraag naar vergoeding van wettelijke rente blijft open voor nadere besluitvorming.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het College wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.