ECLI:NL:CRVB:2007:BB3286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WIK-uitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam (appellant) had aan betrokkene een uitkering toegekend op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WIK) in de vorm van een lening, met de verplichting om binnen zes maanden na afloop van elk kalenderjaar inkomensgegevens te verstrekken.
Betrokkene heeft deze inlichtingenverplichting niet nageleefd ondanks herhaalde verzoeken, waardoor de definitieve vaststelling van de uitkering niet mogelijk was. Appellant besloot daarom tot terugvordering van de uitkeringen over de jaren 2001, 2002 en 2003.
De rechtbank had het besluit van appellant tot terugvordering deels vernietigd en de bevoegdheid tot terugvordering beoordeeld aan de hand van de na 1 januari 2004 geldende wettelijke bepalingen. De Raad bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat de terugvordering op grond van artikel 23d van de WIK moet plaatsvinden, waarbij terugvordering over 2001 niet meer mogelijk is en terugvordering over 2002 slechts vanaf 11 maart 2002.
De Raad vernietigt het besluit van appellant van 11 juli 2005 wegens onjuiste wettelijke grondslag en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd, wel wordt een griffierecht van € 428,-- geheven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot terugvordering en stelt beperkingen aan de terugvordering van WIK-uitkeringen wegens schending van de inlichtingenverplichting.