ECLI:NL:CRVB:2007:BB2362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid zonder dringende redenen
Appellant, een voormalige touringcarchauffeur, werd op staande voet ontslagen en kreeg daarop een WW-uitkering geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Het Uwv legde een maatregel op die de uitkering blijvend geheel weigerde. Appellant stelde dat hij door deze maatregel in een financiële noodsituatie verkeerde, maar kon dit niet concreet onderbouwen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat er geen dringende redenen waren om van de maatregel af te zien. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel na hoger beroep. De Raad benadrukte dat alleen bijzondere en uitzonderlijke omstandigheden, die onaanvaardbare financiële of sociale gevolgen veroorzaken, aanleiding kunnen zijn om van een maatregel af te zien.
Hoewel appellant stelde dat hij financieel moeilijk had door het wegvallen van zijn inkomen en het feit dat zijn echtgenote de enige kostwinner was, vond de Raad dit onvoldoende. Ook aanvullende omstandigheden zoals afwijzing van een bijstandsuitkering en het lenen van geld waren niet overtuigend genoeg om een noodsituatie aan te nemen. Het beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid zonder dringende redenen.