ECLI:NL:CRVB:2007:BB2306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over mate van arbeidsongeschiktheid in WAO-uitkering
Appellante stelde dat zij per 20 mei 2003 niet in staat was om twintig uren per week te werken en dat het UWV en de rechtbank onvoldoende waarde hadden gehecht aan medische rapporten, waaronder dat van psychiater F.P. Bish.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. In hoger beroep betoogde appellante dat zij slechts vier uren per week arbeid kon verrichten, maar de Raad volgde dit niet.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV geen onjuist of onvolledig beeld had van de medische situatie van appellante en dat het rapport van de psychiater geen indicatie gaf dat appellante per 20 mei 2003 volledig arbeidsongeschikt was.
Ook was er geen onduidelijkheid over het aantal uren waarvoor appellante geschikt werd geacht; uit de stukken bleek dat zij voor twintig uren per week arbeid geschikt was.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.