ECLI:NL:CRVB:2007:BB1845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als lasser
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn WAO-uitkering door het UWV, omdat hij volgens het besluit niet langer door ziekte of gebrek verhinderd is zijn werk als lasser te verrichten. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische beperkingen van appellant niet waren onderschat en de omschrijving van zijn laswerkzaamheden juist was.
In hoger beroep heeft appellant nieuwe medische en arbeidskundige rapporten overgelegd, maar de Raad oordeelde dat deze onvoldoende aanleiding gaven voor een ander oordeel. De medische gegevens bevestigen dat appellant geen neurologische aandoening heeft en dat zijn rugfunctie redelijk is ondanks degeneratieve afwijkingen. De arbeidskundige beschrijving van het werk als hooggespecialiseerd, licht belastend laswerk, gebaseerd op informatie van de projectleider, werd als juist aangenomen.
De Raad concludeerde dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk en dat soortgelijke arbeid met dezelfde belasting en beloning beschikbaar is, waardoor de afwijzing van de WAO-uitkering terecht is. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk en soortgelijke arbeid beschikbaar is.