ECLI:NL:CRVB:2007:BB1826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvordering aanvullende uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen een terugvordering van een aanvullende uitkering van €8.071,73, waarbij de Minister een brief van 9 september 2004 stuurde ter nadere toelichting en correctie van de wettelijke grondslag. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze brief niet-ontvankelijk omdat deze brief geen zelfstandig besluit vormt, maar slechts een toelichting is op het oorspronkelijke besluit van 28 januari 2004.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de brief van 9 september 2004 wel als een zelfstandig besluit moet worden gezien omdat daarin de juridische grondslag van de terugvordering werd gewijzigd. De Centrale Raad oordeelde echter dat deze brief slechts een verduidelijking en correctie betreft en geen nieuw rechtsgevolg schept.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank dat het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk is. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De terugvordering zelf blijft onverminderd van kracht.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 augustus 2007, waarbij de voorzitter en leden unaniem de aangevallen uitspraak bevestigden.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief van 9 september 2004 is niet-ontvankelijk verklaard en de terugvordering blijft gehandhaafd.