ECLI:NL:CRVB:2007:BB1595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging vervolgdagloon wegens onvoldoende medische ongeschiktheid
Appellante heeft een aangeboren rugafwijking en is beperkt in haar werkzaamheden vanwege rug- en schouderklachten. Zij werkte als hulpkracht en daarna als kassamedewerkster, maar staakte haar werkzaamheden wegens klachten.
Het UWV verlaagde het vervolgdagloon van appellante op grond van het oordeel dat zij medisch ongeschikt was voor het werk als kassamedewerkster en baseerde de uitkering op het loon als hulpkracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat onvoldoende medische gronden bestaan om aan te nemen dat appellante geheel ongeschikt was voor haar laatst verrichte werkzaamheden. De Raad wijst op inconsistenties in het oordeel van het UWV en het ontbreken van een draagkrachtige motivering.
Daarom vernietigt de Raad het besluit en beveelt het UWV een nieuwe beslissing te nemen. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van het vervolgdagloon wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen.