ECLI:NL:CRVB:2007:BB1585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt UWV-besluit over WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag
Appellante viel in augustus 2000 arbeidsongeschikt uit en vroeg een WAO-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd. Na bezwaar en beroep vernietigde de Raad een eerder besluit vanwege onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, waarna het UWV een nieuw besluit nam waarin werd gesteld dat voldoende functies beschikbaar waren om ten minste 85% van het maatmaninkomen te verdienen.
Appellante voerde aan dat zij onvoldoende opleiding en ervaring had voor de geselecteerde functies en dat deze medisch te belastend waren. Tevens stelde zij dat latere vastgestelde beperkingen al per 2001 hadden moeten gelden. De Raad oordeelde dat medische gegevens dit niet ondersteunden en dat de functies qua opleidingsniveau passend waren.
Het UWV erkende dat een van de bestreden besluiten onvoldoende arbeidskundig was onderbouwd en gaf aan dat enkele functies niet aan de schatting konden worden toegerekend. De Raad vernietigde daarom het besluit dat deze functies betrof en beval een nieuw besluit.
De Raad bevestigde het andere besluit waarin werd geoordeeld dat de belasting van de geselecteerde functies de belastbaarheid van appellante niet overschrijdt. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het UWV-besluit over de WAO-uitkering per 30 januari 2003 wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag, het andere besluit wordt bevestigd.