ECLI:NL:CRVB:2007:BB1563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering bij minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering, omdat zij volgens het UWV minder dan 15% arbeidsongeschikt was. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek door de verzekeringsarts onzorgvuldig was en dat zij volledig arbeidsongeschikt bleef.
De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief lichamelijk en psychisch onderzoek door de verzekeringsarts en aanvullende rapportages van de bezwaarverzekeringsarts. De medische stukken van appellante boden geen aanknopingspunten om het oordeel van de artsen te betwijfelen, omdat deze betrekking hadden op medische problemen na de datum van het besluit of op eerdere ingrepen.
De Raad beoordeelde ook de geschiktheid van functies die aan appellante waren voorgehouden, zoals inpakker en etiketteerster, en concludeerde dat onvoldoende was aangetoond dat appellante deze functies ondanks overschrijdingen van belastbaarheid kon verrichten. Desondanks bleven er voldoende functies over om de schatting van het arbeidsvermogen te baseren.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp het beroep van appellante. Er waren geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De WAO-uitkering werd terecht ingetrokken met ingang van 5 juli 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.