ECLI:NL:CRVB:2007:BB1136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon met terugwerkende kracht wegens ontbreken nieuw feiten
Appellant, werkzaam in de bouwnijverheid, verzocht om herziening van zijn WW-dagloon vanwege een onjuiste eerdere vaststelling. Het UWV had het dagloon slechts verhoogd vanaf de datum van het verzoek en niet met terugwerkende kracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat het feit dat het UWV het dagloon in het verleden onjuist heeft vastgesteld, geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid is zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. Een herziening met terugwerkende kracht is daarom niet verplicht. Het UWV heeft een zorgvuldige belangenafweging gemaakt door alleen lopende uitkeringen vanaf het verzoek te herzien.
Appellant voerde onder meer aan dat de fout voor hem niet kenbaar was en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden, maar deze argumenten werden verworpen. Ook het beroep op anti-discriminatiebepalingen en beleid in vergelijkbare gevallen slaagde niet. De Raad acht geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV het WW-dagloon niet met terugwerkende kracht hoeft te herzien bij ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.