ECLI:NL:CRVB:2007:BB1093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon wegens ontbreken nieuw feiten of veranderde omstandigheden
Appellant, werkzaam in de sector Bouwnijverheid, verzocht om herziening van zijn WW-dagloon met terugwerkende kracht vanaf 1998, nadat bleek dat het UWV het dagloon onjuist had vastgesteld vanwege het niet meenemen van vroegpensioenpremies. Het UWV had besloten alleen herzieningen toe te staan voor lopende uitkeringen vanaf de datum van het verzoek, niet voor het verleden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het feit dat het UWV in het verleden fouten maakte niet als nieuw feit of veranderde omstandigheid kan gelden. Ook het argument dat de fout voor appellant niet kenbaar was, faalt omdat appellant de mogelijkheid had om navraag te doen of bezwaar te maken.
De Raad benadrukt dat het bestuursorgaan een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt en dat het beleid om herziening alleen toe te passen vanaf de datum van het verzoek niet onredelijk is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en andere beleidsargumenten worden eveneens verworpen. De uitspraak bevestigt daarmee de rechtszekerheid en het beleid van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om het WW-dagloon met terugwerkende kracht te herzien wegens ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.