ECLI:NL:CRVB:2007:BB1028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing loongerelateerde WW-uitkering wegens onvoldoende loondagen
Appellant stelde beroep in tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een loongerelateerde WW-uitkering door het UWV. De kern van het geschil betrof de vraag of appellant in het kalenderjaar 2003 minimaal 52 dagen loon had ontvangen, zoals vereist in artikel 17 van Pro de Werkloosheidswet.
De rechtbank Breda had het beroep van appellant ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in 2003 aan de loondagen-eis voldeed. De jaaropgave van 2003 toonde slechts 38 gewerkte dagen aan, en de aanvullende stukken zoals werkbriefjes en weekstaten overtuigden niet van een onjuiste berekening door het UWV.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor een loongerelateerde uitkering en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de loongerelateerde WW-uitkering wordt bevestigd.