ECLI:NL:CRVB:2007:BA9688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld wegens onjuiste medische beoordeling vernietigd
Appellant, laatstelijk productiemedewerker, meldde zich op 23 augustus 2001 ziek met hoofdpijn- en rugklachten. Het UWV verklaarde hem per 15 augustus 2002 hersteld op basis van een rapport van psychiater Van Ittersum, die geen psychiatrische ziekte vaststelde. Appellant maakte bezwaar met een rapport van psychiater Jessurun waarin PTSS werd vastgesteld.
Na een aanvullend onderzoek door psychiater Nabarro in 2006 concludeerde deze dat appellant op de datum in geding nog kenmerken van PTSS vertoonde. De Raad volgt in beginsel het oordeel van deze onafhankelijke deskundige. Omdat Nabarro het oordeel van Van Ittersum overtuigend bestreed, oordeelt de Raad dat appellant ten tijde van het besluit leed aan een ziekte in de zin van de Ziektewet.
De Raad stelt vast dat onzekerheid over het vermogen van appellant om te werken op 15 augustus 2002 niet nadelig voor hem mag zijn. Het bestreden besluit berust op een onjuiste medische grondslag en wordt vernietigd. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten en moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om appellant per 15 augustus 2002 hersteld te verklaren wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen.