ECLI:NL:CRVB:2007:BA9032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Blootstelling aan toxische stoffen en zorgplicht werkgever bij invaliditeitsvergoeding
Betrokkene, voormalig korporaal bij de Koninklijke Marine, kreeg gezondheidsklachten door blootstelling aan toxische stoffen, leidend tot Chronische Toxische Encephalopathie. Hij werd eervol ontslagen wegens ongeschiktheid en kreeg een arbeidsongeschiktheidspensioen met een bijzondere invaliditeitsverhoging (BIV) toegekend, bedoeld als compensatie voor immateriële schade.
Betrokkene vorderde vergoeding van schade, waarbij de staatssecretaris aansprakelijkheid erkende maar materiële schade afwees omdat deze volgens hem gedekt werd door rechtspositionele voorzieningen zoals de BIV. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. Beide partijen gingen in hoger beroep.
De Raad overwoog dat de BIV een wettelijk geregelde voorziening is die immateriële schade compenseert en dat de hoogte daarvan bindend is, tenzij bijzondere omstandigheden anders vereisen. De Raad verwierp het standpunt dat de BIV op materiële schade in mindering mag worden gebracht. De Raad stelde dat de staatssecretaris zich volledig moet uitspreken over materiële schade bij een nieuw besluit.
Verder werd overeengekomen dat betrokkene recht heeft op inkomensschadevergoeding en dat de berekening van wettelijke rente vanaf het moment van besluitvorming blijft gelden. Het hoger beroep van betrokkene werd afgewezen en dat van de staatssecretaris deels toegewezen. De Raad veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de BIV immateriële schade compenseert en beveelt de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen over materiële schadevergoeding.