ECLI:NL:CRVB:2007:BA7944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende rekening houden met psychische beperkingen
Appellante, die sinds 1986 wegens depressieve klachten niet meer werkte, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80 tot 100%. In 2001 trok het UWV deze uitkering in op basis van een medische en arbeidskundige beoordeling die stelde dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de psychische beperkingen van appellante. Uit het deskundigenrapport van psychiater Nabarro bleek dat appellante leed aan een ernstige, chronische depressieve stoornis die haar belastbaarheid aanzienlijk verminderde. Het UWV had deze beperkingen onderschat, mede doordat het rapport waarop zij zich baseerden slechts beperkte informatie bevatte.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit gebaseerd was op een onzorgvuldige medische grondslag en vernietigde het besluit tot intrekking van de uitkering. Het UWV werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, waarbij de psychische beperkingen volledig in aanmerking moeten worden genomen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen rekening houdend met de psychische beperkingen van appellante.