ECLI:NL:CRVB:2007:BA7741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening ANW-uitkering en terugvordering eindejaarsuitkering december 2001
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar Algemene nabestaandenwet (ANW)-uitkering over december 2001, waarbij de Sociale verzekeringsbank (Svb) de gehele eindejaarsuitkering als inkomen uit arbeid in mindering had gebracht. De Svb had bij besluit van 11 september 2002 de uitkering herzien en een terugvordering aangekondigd wegens te veel ontvangen uitkering.
De rechtbank Haarlem oordeelde dat de eindejaarsuitkering volgens de systematiek van de Coördinatiewet Sociale verzekering moet worden toegerekend aan de maand waarin deze is genoten, en dat artikel 8, derde lid, van het Besluit in deze situatie niet van toepassing is. Appellante voerde aan dat de eindejaarsuitkering over twaalf maanden verdeeld moest worden, omdat deze conform de CAO in de plaats trad van een loonsverhoging.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad acht geen gronden aanwezig om af te wijken van de hoofdregel dat incidentele inkomsten zoals een eindejaarsuitkering aan de maand van ontvangst worden toegerekend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de ANW-uitkering met terugvordering bevestigd.