ECLI:NL:CRVB:2007:BA7316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen en geen arbeidskundig onderzoek vereist
Betrokkene, met Marokkaanse nationaliteit, kreeg in 1994 een WAO-uitkering toegekend die later werd ingetrokken. Na terugkeer naar Marokko vroeg hij in 1999 opnieuw een WAO-uitkering aan, die werd afgewezen. Diverse bezwaren en beroepen volgden, waarbij medische onderzoeken in Marokko een rol speelden. De Raad stelde vast dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen ten opzichte van 1994, hoewel betrokkene wel een hartaandoening had ontwikkeld.
De rechtbank had geoordeeld dat ondanks het ontbreken van toegenomen beperkingen een arbeidskundig onderzoek had moeten plaatsvinden vanwege een onjuiste loonberekening. De Raad bevestigt echter dat artikel 43a van de WAO alleen ziet op toename van medische beperkingen en dat zonder die toename een arbeidskundig onderzoek niet nodig is.
Het hoger beroep van betrokkene tegen de afwijzing van het verzoek om terug te komen op de intrekking wordt ongegrond verklaard, terwijl het hoger beroep van het UWV tegen de gegrondverklaring van het beroep tegen het eerdere besluit wordt toegewezen. De Raad vernietigt de eerdere uitspraak voor zover deze betrekking heeft op het arbeidskundig onderzoek en verklaart het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op de intrekking van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van toegenomen beperkingen en geen noodzaak voor een arbeidskundig onderzoek.