ECLI:NL:CRVB:2007:BA7162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-toeslag wegens buitenlands bedrijfspensioen ondanks dubbele korting
Appellant ontvangt sinds juni 2002 een AOW-uitkering met toeslag omdat zijn echtgenote de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt. De toeslag is gekort vanwege niet-verzekerde jaren van de echtgenote in Groot-Brittannië en Malta. Vanaf april 2003 ontvangt de echtgenote een Retirement Pension en een bedrijfspensioen uit Groot-Brittannië. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft de toeslag herzien en het bedrijfspensioen volledig op de toeslag in mindering gebracht.
Appellant betoogt dat deze dubbele korting onrechtvaardig is, mede omdat in Groot-Brittannië vrouwen eerder met pensioen gaan, waardoor Nederlandse AOW-gerechtigden met een jongere Britse echtgenote disproportioneel worden getroffen. De Raad overweegt dat de toeslagenregeling een bodemvoorziening is die een inkomen op sociaal minimumniveau garandeert, onafhankelijk van bijkomende inkomsten.
De Raad stelt dat het bedrijfspensioen terecht als inkomen in verband met arbeid wordt gekort, terwijl het Retirement Pension buiten beschouwing blijft. De regeling is objectief en redelijk en niet in strijd met internationale verdragen. Het Britse pensioenstelsel en de vroegere pensioengerechtigde leeftijd vormen geen reden om de korting op Nederlandse toeslag aan te passen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De korting op de AOW-toeslag wegens het buitenlandse bedrijfspensioen wordt bevestigd ondanks de dubbele korting.