ECLI:NL:CRVB:2007:BA6879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nieuwe bijstandsaanvraag na intrekking wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving vanaf december 2003 een bijstandsuitkering voor een alleenstaande. Het College van B&W beëindigde deze uitkering per mei 2005 omdat appellante een gezamenlijke huishouding voert met [D.]. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. Vervolgens diende zij een nieuwe aanvraag in, die het College afwees wegens het ontbreken van gewijzigde omstandigheden sinds de intrekking.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit tot handhaving van de afwijzing, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand omdat appellante niet had aangetoond dat haar situatie was veranderd. Appellante ging tegen dit laatste in hoger beroep.
De Raad overwoog dat appellante tweemaal expliciet had verklaard dat haar situatie niet was gewijzigd sinds de intrekking. Het niet erkennen van de gezamenlijke huishouding veranderde hier niets aan. De door appellante opgegeven wijziging van het woonadres van [D.] was al bekend bij het College en kon daarom niet als nieuwe omstandigheid gelden. Het huisbezoek na een latere aanvraag leidde wel tot toekenning van bijstand, maar rechtvaardigde geen herziening van het eerdere besluit.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen in stand liet en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de nieuwe bijstandsaanvraag wordt bevestigd omdat appellant geen relevante wijziging in omstandigheden heeft aangetoond.