ECLI:NL:CRVB:2007:BA6878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G. van der Wiel
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onduidelijkheid woonadres en gezamenlijke huishouding
Appellante vroeg bijstand aan met ingang van 1 oktober 2003 en gaf als woonadres een kamer aan op de eerste verdieping van een pand in Amsterdam. Bij een huisbezoek op 3 maart 2004 bleek echter twijfel te bestaan over haar feitelijke verblijfplaats, mede doordat zij stond ingeschreven op een ander adres en tijdens het huisbezoek bleek dat zij op een andere verdieping verbleef dan opgegeven.
Het College van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af omdat appellante onjuiste of onvolledige informatie had verstrekt over haar woonadres en financiële situatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat het recht op bijstand beoordeeld moet worden vanaf de datum van melding bij het CWI, in dit geval 19 januari 2004, en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij eerder recht had op bijstand. Verder oordeelde de Raad dat appellante niet voldeed aan haar inlichtingenplicht omtrent haar woonadres, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De vraag of ook haar financiële situatie onjuist was, bleef daardoor buiten beschouwing.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsuitkering wegens onvoldoende duidelijkheid over het woonadres en gezamenlijke huishouding.