ECLI:NL:CRVB:2007:BA6833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na arbeidsongeschiktheidsbeoordeling
Appellant, voormalig monteur transformatoren, viel in 1997 uit wegens maagklachten en ontwikkelde later psychische klachten. Op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) werd hij aanvankelijk volledig arbeidsongeschikt verklaard met een uitkering gebaseerd op 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2004 herzag het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) deze beoordeling naar 15-25% arbeidsongeschiktheid, wat leidde tot een verlaging van de WAO-uitkering.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, maar het Uwv verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onduidelijkheid over de data van de geselecteerde functies, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad achtte de functies passend, mede gelet op toelichtingen van de bezwaararbeidsdeskundige, die stelde dat de functies als spuitgieter en montagemedewerker grotendeels solitaire werkzaamheden betreffen.
De medische beoordeling door verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts werd als zorgvuldig en juist beoordeeld. Nieuwe verklaringen van de huisarts van appellant boden volgens de Raad geen nieuwe gezichtspunten die tot een andere beoordeling zouden leiden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.