ECLI:NL:CRVB:2007:BA6554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Gezamenlijke huishouding en toekenning bijstandsuitkering naar gehuwdennorm
Appellant ontving bijstand als alleenstaande met toeslag tot juli 2004, waarna de uitkering werd beëindigd wegens werkaanvaarding. Na een nieuwe aanvraag in juli 2004 werd deze aanvankelijk afgewezen omdat appellant en zijn broer een gezamenlijke huishouding zouden voeren. Het College kende vervolgens bijstand toe naar de gehuwdennorm, waarbij 50% aan appellant werd uitbetaald. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de rechtbank ten onrechte niet heeft vastgesteld dat appellant en zijn broer een gezamenlijke huishouding voeren zoals bedoeld in de WWB. Uit het handgeschreven gespreksverslag blijkt dat zij samenwonen, gezamenlijk gebruik maken van de woning en kosten, en zorg voor elkaar dragen, ondanks het ontbreken van betalingsbewijzen voor onderhuur.
De Raad vernietigt het besluit van het College wegens strijd met de Awb, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant. De uitspraak bevestigt dat appellant en zijn broer recht hebben op bijstand naar de gehuwdennorm en dat de helft daarvan aan appellant is toegekend.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit en de uitspraak, bevestigt dat appellant en zijn broer een gezamenlijke huishouding voeren en laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.