ECLI:NL:CRVB:2007:BA6523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijstandsuitkering alleenstaande ouder en pleegoudervergoeding
Appellante verzorgt sinds december 2003 haar kleinzoon op basis van een pleegcontract en ontvangt daarvoor een vergoeding. Het Dagelijks Bestuur kende haar bijstand toe op grond van de alleenstaande norm met toeslag, maar weigerde haar als alleenstaande ouder te erkennen omdat het kind geen eigen of stiefkind is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep. Daarbij is vastgesteld dat het kind als zelfstandig subject van bijstand moet worden beschouwd, maar op grond van de WWB geen recht op bijstand heeft omdat het minderjarig is.
De Raad beoordeelde of er zeer dringende redenen waren om toch bijstand te verlenen, mede gelet op het Kinderrechtenverdrag. Appellante beschikte over eigen middelen en ontving pleegoudervergoedingen en extra vergoedingen voor noodzakelijke kosten. Omdat zij de extra kosten niet voldoende onderbouwde, concludeert de Raad dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet in staat was te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.