ECLI:NL:CRVB:2007:BA6085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens ondeugdelijke motivering afwisseling houding
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV van 23 juli 2004, waarbij zijn WAO-uitkering werd herzien van 80% arbeidsongeschiktheid naar 15-25%, gebaseerd op de geschiktheid voor de functie van stikster. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar appellant stelde dat hij de functie niet kon verrichten vanwege de langdurige statische houdingen die de functie vereist.
De Raad constateerde dat het UWV onvoldoende had onderzocht of appellant in de functie van stikster voldoende kon wisselen van houding, zoals vereist volgens de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De toelichting van het UWV was onduidelijk en onvoldoende toetsbaar, vooral wat betreft de eis dat statische houdingen afgewisseld moeten worden met dynamische.
De bezwaararbeidsdeskundige stelde dat in alle functies, waaronder die van stikster, voldaan werd aan de eis van houdingafwisseling, maar deze stelling werd niet ondersteund door de functieomschrijving en de FML. De Raad oordeelde dat de motivering ondeugdelijk was en het besluit in strijd met artikel 7:12 Awb Pro. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering omtrent afwisseling van houding.