ECLI:NL:CRVB:2007:BA6076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkeringsbesluiten ondanks slaapstoornis en arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 1990 een WAO-uitkering ontvangt wegens een slaapstoornis en arbeidsongeschiktheid, stelde in bezwaar en beroep dat hij niet in staat is vier uur onafgebroken te werken zonder tussentijds te rusten. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten dat appellant belastbaar is voor diverse functies met een arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 54%. De rechtbank vernietigde een besluit vanwege onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand na nadere motivering door het UWV.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen over zijn beperkingen, met name de noodzaak om tussentijds te slapen, en betwistte de geschiktheid van de functies, waaronder chauffeur bijzonder vervoer. De Raad concludeerde dat de medische grondslagen en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) voldoende onderbouwd zijn en dat de bezwaararbeidsdeskundige heeft aangetoond dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant passen.
De Raad oordeelde dat de functies zodanig kunnen worden ingericht dat appellant aan zijn rustbehoefte kan voldoen zonder ontoelaatbare prestatievermindering. De bezwaren tegen de besluiten zijn ongegrond en de aangevallen uitspraken worden bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken en handhaaft de WAO-uitkering op 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid.