ECLI:NL:CRVB:2007:BA6014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing beperkingen
Appellante, werkzaam als junior letselschadejurist, meldde zich ziek in verband met lage rugklachten en de ziekte van Pfeiffer. Het UWV kende haar een WAO-uitkering toe wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na bezwaar en herbeoordeling werd de uitkering ingetrokken omdat medische experts geen voldoende objectieve beperkingen konden vaststellen die het werk onmogelijk maakten.
In hoger beroep betwistte appellante deze beslissing en stelde dat haar beperkingen door het Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS) en andere aandoeningen werden onderschat. Diverse medische rapporten, waaronder van psychiater Tonneijck, stelden wel beperkingen vast maar konden geen ziekte of gebrek objectiveren die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische informatie onvoldoende consistent en objectief was om de beperkingen als grondslag voor arbeidsongeschiktheid te erkennen. De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarom in stand. Er was geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende objectieve medische onderbouwing van arbeidsongeschiktheid.