ECLI:NL:CRVB:2007:BA5887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- B.M. van Dun
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos worden na onzorgvuldig omgaan met retourboekingen
Appellante was sinds 1996 in dienst als verkoopster en kreeg in 2003 een officiële waarschuwing vanwege het kwijtraken van een sealbag met geld. Ondanks deze waarschuwing hield zij zich niet volledig aan de regels omtrent retourboekingen, wat leidde tot een incident in juli 2005 waarbij dertien kledingstukken ontbraken en verplichte gegevens niet of onvolledig waren ingevuld. De werkgever ontsloeg haar op staande voet, maar trok dit later in en liet de arbeidsovereenkomst ontbinden wegens een duurzame verstoring van de arbeidsrelatie.
Appellante vroeg een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat zij verwijtbaar werkloos werd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de vergoeding die appellante ontving gelijkgesteld moest worden met loon over vijftien uitkeringsdagen, waardoor haar recht op WW-uitkering pas vanaf 6 oktober 2005 inging.
De Raad vond dat appellante redelijkerwijs had kunnen voorzien dat haar gedrag, ondanks eerdere waarschuwingen, tot ontslag zou leiden. Het feit dat collega’s ook regels overtraden of dat klanten niet altijd medewerking verleenden, ontsloeg haar niet van haar verplichtingen. De Raad zag geen reden om de verwijtbaarheid te verminderen en wees het beroep af, waardoor de WW-uitkering blijvend werd geweigerd.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt blijvend geweigerd wegens verwijtbaar werkloos worden door onzorgvuldig handelen.