ECLI:NL:CRVB:2007:BA5881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens verstoorde arbeidsverhouding en aanvullende ontslagvergoeding
Appellant trad in april 1999 in dienst als hoofd Personeel en Organisatie bij de [naam groep]. Na een reeks conflicten binnen de centrale directie, waaronder het opzeggen van vertrouwen in de algemeen directeur B., ontstonden ernstige organisatorische problemen. Een interim-directeur concludeerde dat de centrale directie moest worden vernieuwd, waarna appellant met betaald buitengewoon verlof werd gesteld en geschorst.
Het bestuur kwalificeerde appellant aanvankelijk als onbekwaam en ongeschikt, maar besloot uiteindelijk tot ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen en vertrouwensbreuk. Appellant maakte bezwaar tegen het ontslag en de hoogte van de ontslaguitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad overweegt dat het ontslag op basis van artikel 8:8 CAR Pro/UWO rechtsgeldig is vanwege de vertrouwensbreuk en verstoorde verhoudingen. Het bestuur erkent een eigen aandeel in de situatie en kent daarom een aanvullende vergoeding toe, berekend met een aangepaste kantonrechtersformule. De Raad acht deze aanvullende vergoeding niet onredelijk en wijst het hoger beroep af. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wordt bevestigd en de aanvullende ontslagvergoeding wordt als redelijk beoordeeld.