ECLI:NL:CRVB:2007:BA5686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant, voormalig arbeidsongeschikte vloerenlegger, kreeg een WAO-uitkering toegekend. Na een onderzoek naar zijn inkomsten, waarbij bleek dat hij als vertegenwoordiger werkte, stelde het UWV vast dat er sprake was van onverschuldigde betalingen. Het UWV besloot daarom tot terugvordering van de uitkering over de periode van juni 1998 tot september 2001.
Appellant stelde bezwaar tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwist appellant de vaststelling van het maatmaninkomen, de niet-verrekening van autokosten en de hoogte van het teruggevorderde bedrag. De Raad oordeelt dat het UWV het maatmaninkomen juist heeft berekend en dat de autokosten terecht niet in mindering zijn gebracht.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken en documenten waarin het UWV de terugvordering voldoende inzichtelijk heeft gemaakt. Tevens is gebleken dat het UWV niet het volledige onverschuldigde bedrag terugvordert, waardoor appellant niet onredelijk wordt benadeeld. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.