ECLI:NL:CRVB:2007:BA5467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep tegen het besluit van het UWV tot toekenning van een gedeeltelijke WAO-uitkering ongegrond verklaarde. Appellant betoogde dat zijn medische beperkingen, met name rugklachten, werden onderschat en verzocht om benoeming van een deskundige of aanhouding van de zaak in afwachting van een second opinion.
De Raad overwoog dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de onderzoeken van verzekeringsartsen voldoende waren om een afgewogen oordeel te vormen over de functionele mogelijkheden van appellant. De ingediende medische documenten, waaronder MRI-uitslagen en brieven van ziekenhuizen, leverden geen nieuwe informatie op die twijfel zou kunnen zaaien over de eerder vastgestelde beperkingen per 1 oktober 2002.
Ook de psychische klachten die pas sinds 2006 werden behandeld, waren niet relevant voor de datum in geschil. Het lopende second opinion-onderzoek betrof evenmin de datum in geding en kon geen aanleiding geven tot heropening van het onderzoek of benoeming van een deskundige. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de gedeeltelijke WAO-uitkering van 35-45% en wijst het hoger beroep af.