ECLI:NL:CRVB:2007:BA5321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtbankuitspraak over WAO-uitkering en proceskostenvergoeding
Appellant ging in hoger beroep tegen de rechtbankuitspraak die het besluit van het UWV bevestigde om zijn WAO-uitkering per 12 mei 2004 te baseren op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Hoewel appellant geen bezwaar had tegen de hoogte van de uitkering, betwistte hij de motivering van de medische grondslag waarop het besluit was gebaseerd. De Raad stelde appellant echter gerust dat toekomstige medische beoordelingen volledig kunnen worden aangevochten, waardoor dit punt onbesproken bleef.
Appellant verzocht tevens om vergoeding van proceskosten, waaronder kosten voor een rapport van een orthopedisch chirurg en het instituut Psychosofia. De Raad bevestigde dat alleen rapporten van erkende medische deskundigen voor vergoeding in aanmerking komen en wees het verzoek tot vergoeding van de kosten van het instituut Psychosofia af, omdat de directrice daarvan niet als medisch deskundige wordt aangemerkt.
De Raad wees ook het verzoek tot schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing. De vergoeding van wettelijke rente blijft een zaak voor het UWV. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; rechtbankuitspraak bevestigd en verzoeken tot kostenvergoeding afgewezen.